De jeugd heeft de toekomst?

Column: Kraantje

De jeugd heeft de toekomst?

Laten we eerlijk zijn: ouderen krijgen vaak de schuld van alles, en in een vergrijzende samenleving zijn dat er nogal wat. Van de stijgende zorgkosten tot de files op zondagmiddag, van het langzaam scrollen op Facebook tot het niet snappen van Snapchat. Het lijkt wel of ze alleen maar op deze aardkloot rondlopen om ons het leven zuur te maken. Een groep grijsaards die huizen bezet houdt, en de huizenmarkt verpest. Maar draai het eens om, wat als ik je vertel dat deze zogeheten ‘last’ eigenlijk een verborgen lust is? Ja, je hoort het goed. Die bejaarden zijn niet alleen het tapijt onder de drempel, maar ook de kroonluchter aan het plafond.

Neem nou de rol van oppas. Opa en oma zijn de ultieme kinderopvang. Geen crèche die kan tippen aan hun verhalen over hoe ze vroeger door weer en wind naar school moesten fietsen zonder elektrische hulpmotor. En weet je wat het mooie is? Ze hebben eindeloos geduld. Waar jij na tien minuten gek wordt van “Waarom dit? Waarom dat?” en dreigt het kind achter het behang te plakken, komt oma met een verhaal over haar jeugd dat je kind ademloos doet luisteren. Het resultaat? Jij een avondje vrij, de kinderen een ervaring rijker en opa en oma in hun nopjes. Win-win-win. En laten we niet vergeten dat opa en oma geen uurtarief rekenen. Een goed gesprek met een kopje thee en een plakje cake en ze zijn tevreden.

En dan de verzorgersrol. Terwijl wij stressen over deadlines, targets en de nieuwste dieettrends, zijn onze ouderen de rots in de branding. Ze weten wat belangrijk is: liefde, aandacht en een goed bord stamppot. De oma’s en opa’s van deze wereld zorgen nog altijd voor de buurvrouw, koken soep voor de hele straat en zijn de onzichtbare handen die alles draaiende houden. En ja, ze zijn misschien wat trager, maar dat is ook wel eens lekker. Niet alles hoeft snel en efficiënt. Soms is langzaam en bedachtzaam precies wat we nodig hebben. En zeg nou zelf, wie anders dan oma maakt die perfecte appeltaart waar iedereen van smult?

Vrijwilligerswerk dan. Stel je eens voor: al die verenigingen zonder de grijsaards. De tennisclub zonder Piet die al 50 jaar de kantine runt. De bibliotheek zonder Gerda die je altijd helpt met het vinden van dat ene boek. Het dierenasiel zonder Henk die elke ochtend de kattenbakken verschoont. Het zou een puinhoop zijn. Onze ouderen zijn de motor van het vrijwilligerswerk. Ze doen het met liefde en plezier, zonder er iets voor terug te verwachten. En geef toe, een wereld zonder vrijwilligers zou maar een kale boel zijn.

Dan hebben we nog de ervaringsdeskundigen. Die jongere collega’s die denken dat ze het allemaal wel weten, zouden eens wat vaker bij de ouderen in de leer moeten gaan. Die hebben al die fouten namelijk al eens gemaakt en hebben geleerd hoe het beter kan. Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden als de handleiding al naast je zit? Neem die wijsheid mee, leer van hun successen en mislukkingen. Het bespaart je heel wat hoofdpijn. Ouderen zijn wandelende encyclopedieën. Ze hebben geen Wikipedia nodig, want ze hebben alles al eens meegemaakt.

En dan, tot slot, de wijsheid en vergaarde kennis. Ouder worden is niet alleen fysiek. Het is een mentale reis door een landschap van herinneringen, ervaringen en inzichten. Ouderen hebben de luxe gehad om de wereld te zien veranderen, om trends te zien komen en gaan. Ze kunnen ons leren wat werkelijk van waarde is. Niet de nieuwste gadget of de hipste trend, maar de relaties die we opbouwen, de liefde die we geven en ontvangen, de vreugde die we vinden in kleine dingen.
Dus ja, de ouderen. Ze hebben misschien rimpels en grijze haren, ze bewegen wat langzamer en ze begrijpen niet altijd wat een TikTok is. Maar ze zijn een bron van wijsheid, zorg, en ervaring die we niet moeten onderschatten. Ze zijn niet alleen een last, ze zijn vooral een lust. En laten we eerlijk zijn, zonder hen zouden we maar half zo goed af zijn. En wie weet, misschien leren we nog iets van ze.

Dus de volgende keer dat je een oude knar ziet, bedenk dan: ze zijn niet alleen maar een last, ze zijn vooral een lust. En stiekem hopen we eigenlijk allemaal dat we op een dag ook tot die club mogen behoren.