Ben je daar ooit geweest? In Etersheim? Waar legt dat? Fout! Waar ligt dat? Goed! Maar wat hep je daar te zoeken? Weer een fout! Het moet gewoon heb(ben) zijn. Hoe kom je daar op? Nou gewoon, door op Google Maps te gaan zoeken? En wanneer je dan een museum intikt, kom je vanzelf terecht bij Dik Trom! Dat is toch die jongen die op een varken reed? Jawel, maar Dik Trom is/was een fictief personage. Ontsproten uit de geest van C. Johan Kieviet. Onderwijzer in Etersheim. Wat de cirkel enigszins rond weet te maken. Een leslokaal waar de geur van het platteland zich manifesteerde. Waar de Klompen Uit Trekken een standaard was. En waar de lijfelijkheid van al die kinderen een andere vorm van ongewassen naar voren brachten. Wassen was er niet altijd bij en de mensen die daar woonden hadden niet altijd de beschikking over water en zeep. Regenwater hooguit of soms wat water uit de sloot. Van een bron kon dikwijls geen sprake zijn.
Maar wat deze onderwijzer nog meer kon, was het feit dat hij ook boeken schreef. Kinderboeken weliswaar en dat alles in een leslokaal. Wat hem vooral als onderwijzer typeerde was dat hij zijn leerlingen elke dag trakteerde op 10 nieuw geschreven pagina’s om aan elkaar voor te gaan lezen. Simpelweg, de man was zijn tijd ver vooruit. En waar ik dan weer aan terugdenk is de tijd dat ik in de zesde klas de bovenmeester had uitgenodigd om voor te lezen uit een boek van K. Norel. Engelandvaarders, hetgeen hij tot het einde volbracht.
Het is tegenwoordig droevig gesteld met de leesvaardigheid van de huidige 15-jarige scholier. We duikelen glansrijk op de ladder van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling. (OESO) Wie leest er nog een (fysiek) boek? Wie leest er nog een krant, als daar allerlei digitale vormen ter beschikking staan? Neen, simpelweg wat appjes volstaan. Dus waar zul je je nog druk over hoeven te maken? We kommuunieseeren wat af en vergeten voor het gemak dat communiceren andere letters gebruikt. We doen alsof alles wat gedrukt staat ook de feitelijke waarheid is, terwijl de meningen van een ander vaak bepalend kunnen zijn. We heulen wat mee met de Grootste Gemene Deler en vergeten voor het gemak het Kleinste Gemene Veelvoud. En wat dit dan weer betekent: dat zoeken we op! Waarop? Op dat vermaledijde mobieltje dat zich zo af en toe nog leent om een gesprek mee te voeren. Naast al die selfies die al meer dan genoeg geheugen in beslag weten te nemen. Etersheim en er gaat een wereld voor je open. En als je wilt zien hoe een gevulde boekenkast eruit ziet? 1200 kinderboeken zijn daar verzameld, Fulco de minstreel maakt daar deel van uit. En ook dat boek heb ik ooit verslonden! Naast natuurlijk alle avonturen van Pietje Bell. Of wat te denken van Kruimeltje? Om maar wat titels naar voren te gaan brengen.
Lezen dus en je schrijfvaardigheid gaan verbeteren. Proberen om een eigen stijl te gaan ontwikkelen simpelweg door een dagboek bij te gaan houden. Of proberen om een schoonschrift aan te gaan leren. Door te gaan tekenen, je werk van een kleur te voorzien of door een verhaal te gaan verzinnen. Een opstel te schrijven, een essay op een veel oudere leeftijd als opdracht vanuit een vervolgopleiding. Je taal te beheersen in plaats van het feit dat taal jou beheerst.
Je eens iets totaal anders uit probeert dan dat je gewend was. Je niet blind staart op al dat Engels wat je wordt voorgeschoteld. En waarbij jij niet veel meer weet te doen dan deze taal te gaan beheersen.
Spreek je moerstaal en laat je verleiden om je ook eens over een dialect te gaan buigen. Probeer de klankkleur van een woord uit of maak je druk over de ‘hottentottensetentententoonstelling.’ Of ga er eens met een zootje ll vandoor: Liesje Leerde Lotje Lopen Langs de Lange Lindenlaan. Laat een kat de krullen van de trap krabben en daarna in een mandje doen. Maak er simpelweg een feestje van wanneer je je uitleeft in, jawel, je moerstaal!
ikWik
