Aan een door kaarsen verlichte, met decadente hapjes beladen tafel, dineren de aristocraten van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk. In hun midden, Keizerin “Sisi” Elisabeth en haar paardrijinstructeur. Terwijl de rest stijfjes converseert over het weer, lachen Sisi en haar compagnon uitbundig. Hiermee doen zij menig wenkbrauw van de saaie aristocraten reizen. Sisi is immers getrouwd met keizer Frans Josef de eerste en Sisi en haar leraar hebben het wel erg gezellig. Logischer wijs volgen de geruchten. De zoveelste roddel over Sisi. De ene keer over haar liefdesleven, de andere keer over haar gewicht. Overal waar ze gaat en staat volgt een echo van geruchten door de verlaten zalen van het paleis. En terwijl haar korset de lucht uit haar longen drukt, drukt haar omgeving de lust uit haar leven. Wat doet Sisi? Zij duwt terug. Ze komt in opstand en verwerpt haar rol in een hopeloze zoektocht naar vrijheid. Een tragische levensloop zonder twijfel, maar toch was voor mij het medelijden ver te zoeken.
Sisi is een complex karakter, ooit befaamd voor haar schoonheid, nu tegen de 40. Haar jeugdigheid verlaat haar en wat blijft er over? Een egocentrisch vrouw-kind dat zonder constante goedkeuring en aandacht niet in staat is haar taak of misschien wel haar werk als keizerin te volbrengen. Er wordt immers wat van je verwacht. Net zo goed als dat er wat wordt verwacht van haar man, de Keizer, en haar lakeien. Enkel Sisi slaagt er niet in haar werk – in de vorm van sociaal geaccepteerd gedrag vertonen – te volbrengen. Ze creëert schandaal na schandaal en maakt iedereen het leven zuur. Een zwaar bestaan, zeker. Maar geeft dit haar het recht om andere te schaden? Dat lijkt me niet.
Toch is haar ongeremde egoïsme niet geheel onverklaarbaar. Ze is haar hele leven in de watten gelegd en geprezen voor haar schoonheid; het kroonjuweel van het keizerrijk. Ooit perfect, nu verweerd. Vroeger volmaakt, nu getekend door de striemen van haar korset. Het is haar niet kwalijk te nemen dat ze nu een verwerpelijk mens is, ze is namelijk nooit een volledig mens geweest. Altijd een verschijning, een boegbeeld en een belichaming van royaliteit en de monarchie. Nu neemt Sisi afscheid van haar rol als boegbeeld en daarmee verliest ze het enige wat ze ooit was. Wat er overblijft; een weerzinwekkend leeg en on-empathische hoofd ‘persoon’.
Ik kan niet zeggen dat ik aan haar kant stond gedurende haar zoektocht naar lust en leven. Maar ik denk ook niet dat dat de intentie was. Ik weet ook niet of dit een verhaal is van de vrouwelijke strijd tegen onderdrukking of een universeel verhaal over het de-humaniserende effect van institutionalisering. Ik denk dat Sisi een complex karakter is, waarbij een simpel oordeel niet van toepassing is. Wat ik wel weet is dat Sisi mijn empathie niet heeft. En toch begrijp ik haar wel.
Lumière


















































