De oplettende lezer weet dat ik niets met katten heb. Kort samengevat: ik groeide er mee op en was evident regelmatig te dichtbij gekomen. De eerste nachtmerrie die ik mij herinner was een soort ‘Jaws’, maar dan met onze kat Wikki in de hoofdrol. Het spektakel eindigde met een onthoofde kat, wat ik zelfs in mijn droom een tikkie te luguber vond. Ik moet een jaar of 6 zijn geweest.
Afgelopen week is de derde kat die ik heb meegemaakt gaan hemelen. Helaas niet ouder dan 13 geworden, kanker is het arme beest fataal geworden. Zorro was een buitenkat, met de nadruk op buiten. De helft van het jaar zag je hem bijna niet, hij genoot teveel van het fijne weer en het avontuur. Lag uren in de zon op ‘zijn’ plek in het gras of maakte ruzie met een buurtkat die het waagde zijn territorium te betreden. Of hij kattenvrienden had hebben wij nooit kunnen achterhalen.
Hij had wel een hondenvriend, Helix. Een Jack Russel formaat mixje uit Spanje. Zorro was er eerst, dus Helix kwam als oude pup en is met de kat opgegroeid. Hoe schattig Zorro was naar Helix, konden wij mensen slechts van dromen. Altijd kopjes geven, altijd begroeten, vooral ’s morgens was de liefde groot. Helix genoot van die liefde en betaalde Zorro af en toe terug met een potje kat opjagen, meestal gesterkt door een tweede hond die op bezoek was. En Zorro vloog zijn kattentrap af en de strijd was wederom gewonnen.
Als kitten was Zorro al een wildebras (of zijn alle kittens dat?) en het leek mij en mijn broer leuk om zijn natuurlijke instinct en vaardigheden te versterken door wilde jachtsimulatie-spelletjes te spelen. De aaibaarheid nam in zijn eerste levensjaar al langzaam af en al gauw was optillen uit den boze. Dat vonden wij helemaal niet erg, wij hadden nog nooit een knuffelkat gehad. Maar er was bij deze jongeman wel degelijk sprake van een ‘mean-streak’.
Ik ben geen fan van menselijke eigenschappen toeschrijven aan dieren, maar ik zweer dat Zorro wrok koesterde. Ik weet niet precies waarom, we zijn nooit wreed tegen hem geweest en hij werd op zijn wenken bediend. Maar je hoefde slechts langs hem te lopen op een blijkbaar ‘verkeerde manier’ en hij hing in je scheen. Daar wende je aan, want meestal maakte hij eerst een soort klagelijk en creepy kattengeluid, dus kon men snel terugdeinzen.
Gelukkig heeft het plan van mij en mijn broer gefaald, Zorro is nooit een jager geworden. Achteraf maar goed ook, want de vogels hebben het al niet makkelijk onder het huidige kattenbewind. Op een mooie lentedag lag er ineens een enorme, bruine rat in de tuin, half zo groot als de kat zelf (en die was groot). Verbluft waren we, dat zou Zorro nooit aangedurfd hebben. ‘’Ik denk dat hij die gewoon dood heeft meegesleept de tuin in mam.’’. Hetgeen een krachtsinspanning an sich moet zijn geweest.
Lieve Zorro, we hebben zo om je gelachen. Je wilde karakter en je vindingrijkheid maakte je tot een ‘never a dull moment’ kat. Zo tikte je behendig alle laatjes uit de salontafel opzoek naar speelgoed, of om zelf in de tafel te kruipen en ons woest aan te kijken. Zo liep je met het laatste ‘rondje hondje’ mee ’s avonds laat, op gepaste afstand. Ik zie nog voor me hoe je, toen je jong was, onze vorige hond plotseling belaagde, om vervolgens met een noodgang de boom in te vliegen.
Het einde was wild en met gevaar voor (ons en de dierenarts) eigen leven, je vocht nog. Je lichaam had de strijd al opgegeven, maar jij bent forever wild.
In memoriam ‘Zorro’ 2010-2023
Guus
