De dochter van een vriendin blijkt verkering te hebben met een jongen die 18 jaar geleden in groep 1 bij mijn zoon in de klas zat, toen wij nog in Amsterdam woonden. Twee kleuters die wel eens met elkaar speelden op het schoolplein blijken nu een gemene deler te hebben in het kind waarmee mijn zoon zijn vroegste jeugd doorbracht: de dochter van mijn vriendin.
Behalve het toeval, vind ik het vooral ongelooflijk hoeveel informatie ik in mijn hoofd heb zitten. Ik wist niet dat ik het bezat, tot het moment dat het werd aangeboord. Al die kennis wacht kennelijk geduldig op het moment dat het tevoorschijn mag komen en springt er dan uit met duizend kleine bijgedachten: ik weet hoe zijn moeder heet, zijn vader, zijn zusje, waar ze woonden, dat ze al lang geleden gescheiden zijn, wat zijn moeder voor werk deed en hoe de broer van de vader heet.
Stel je toch eens voor dat je je brein zou gebruiken tot waar het kennelijk toe in staat is. Als ik dit zo bekijk, gebruik ik maar een klein stukje van de mogelijkheden. En met dat kleine deel kom ik al een heel eind. Maar hoe, hoe gebruik je die hersencelletjes nu zo dat ze echt voor je gaan werken?
Want heel eerlijk: ik voel dat mijn spanningsboog een stuk kleiner is geworden dan vroeger. Bits & pieces, zo breng ik de dagen door. Altijd druk, projectje hier, appje daar. Altijd die telefoon bij de hand. En ik speel daar ook veel spelletjes op. En hoewel dat gerust ook allerlei verbindingen zal maken in mijn brein, heb ik niet het idee dat ik er veel wijzer van word, op zijn hoogst wat sneller. Van DuoLingo leer ik dan weer wel heel veel, ik kan me intussen redelijk verstaanbaar maken in het Spaans en dat allemaal dankzij de lessen op mijn schermpje.
Maar er miste duidelijk wel iets in mijn geestelijke beleving. En toen… toen stuurde een vriend mij een paar artikelen uit het NRC. Heerlijke, goed geschreven, lange stukken waar ik enorm van genoot, wijzer van werd, van ging nadenken en om moest lachen. Een column die me deed tranen, omdat de woorden me raakten en zo mooi waren opgeschreven. Mijn geest stond open en wilde duidelijk letters verslinden.
Eindelijk ging ik weer terug naar mijn basis. Want vroeger las ik alles wat los en vast zat, verloor me in verhalen en kwam dan in een flow, ineens was het dan middernacht en bleek ik al vier uur onafgebroken met mijn neus in dat verhaal te zitten. Dat heerlijke gevoel dat mijn vroegere letterverslaving mij gaf kende ik bijna niet meer. Behalve in de vakantie. En dat is vreemd, want mijn leven is lang niet meer zo gejaagd als een paar jaar geleden, ik hoef niet meer iedere dag om half acht nog achter de pannen te kruipen, mijn kinderen regelen het zelf, sterker nog, er is er al een het huis uit. De ander loopt ook niet meer in zeven sloten tegelijk.
Dus dat is mijn goede voornemen: ik ga de boekdrukkunst opnieuw uitvinden. Weer meer lezen. Die stapel boeken naast mijn bed, ik ga ze aanraken, openslaan, lezen en uitlezen. Ik wil artikelen lezen, alles waar ik van ga nadenken tot me nemen en er lekker over bomen. ‘Food for thought, that’s what I need’, om het maar even populair te zeggen.
Ik pak vanaf nu op zaterdag een dikke krant en ga lekker lezen. En ga mezelf zo verwennen met de nieuwste Adriaan van Dis. Dus mij niet bellen: ik heb het boekdruk!











