Zijn schamele resten lagen er al ruim tweeduizend jaar toen in 2010 – tijdens archeologische opgravingen op de Alkmaarse Paardenmarkt – bij toeval de plek zichtbaar werd waar hij ooit ter aarde was besteld, heden ten dage terug te vinden naast een van de fietsenrekken voor de Jumbo. ‘Lijksilhouet in hurkhouding’ is de ietwat cryptische tekst die je leest op de herdenkingssteen die werd geplaatst, boven de afbeelding van de lichaamscontouren die als verkleuring in de bodem werden aangetroffen, aangezien in de loop der eeuwen zelfs zijn geraamte en schedel waren vergaan. Onderop staat de datering van wanneer de man leefde: ergens tussen 50 voor tot 100 na Chr.
Hoe zou zijn wereld eruit hebben gezien? In de omgeving van de Laurenskerk, Paardenmarkt, Koningstraat en het Doelenveld zijn de oudste bewoningssporen aangetroffen in het gebied dat we nu Alkmaar noemen. Twintig eeuwen geleden zal het een bescheiden nederzetting zijn geweest, bestaande uit enkele stalhuizen, geconstrueerd middels een geraamte van boomstammen, bekleed met muren van gevlochten wilgentenen die werden bestreken met een mengsel van klei en mest en voorzien van een rieten dak. Voor zijn eten zal onze oudst bekende voorvader geen Jumbo nodig hebben gehad, zijn voedsel groeide om hem heen in de vorm van de tarwe en de groentes die hij verbouwde, aangevuld door de gewassen uit de natuur die hij verzamelde, de dieren waarop hij jaagde en de vissen en schaaldieren die hij uit het water haalde. Hij maakte deel uit van een krijgslustig en ondernemend volk dat door de Romeinen werd aangeduid met de naam Frisii. Ze woonden in het kustgebied van Zeeland tot en met Noord Duitsland. En misschien goed om te weten: het huidige Noord-Holland en Friesland waren destijds middels een kilometers breed veengebied met elkaar verbonden, ongeveer op de plek waar nu de Afsluitdijk ligt. De Frisii vormden een bijzondere stam met een gemengde afkomst, zowel Keltisch als Germaans, hetgeen blijkt uit namen van tijdgenoten van onze onbekende ‘Alkmaarder’ die we kennen uit teksten van de Romeinse historicus en schrijver Tacitus. Hij noemt ene Cruptorix, een Friese krijger-veteraan die in de Romeinse legioenen had gediend en de Friese stamhoofden Malorix en Veritus die omstreeks 60 na Chr. een reis maakten naar Rome om bij keizer Nero te bepleiten dat ze extra weidegronden voor hun vee nodig hadden. Er waren intensieve contacten met Rome en onze Friezen waren veel internationaler georiënteerd dan we eeuwenlang hebben gedacht. Dankzij grafschriften in Rome zijn er zelfs twee Friezen bekend, genaamd Bassus en Hilaris, die dienst deden in de Bereden Lijfwacht van keizer Nero! In onze reguliere geschiedschrijving wordt eigenlijk veel te weinig aandacht besteed aan de (west)Friezen die in onze eigen regio hebben geleefd. Daarom is het goed dat deze gedenksteen werd geplaatst, al is het wel jammer dat hij amper zichtbaar is vanwege het fietsenrek dat ernaast staat. En ja, de tekst ‘Lijksilhouet in hurkhouding’ is ook niet bepaald een verhelderende term voor de niet-archeologisch onderlegde leek. Maar goed, mocht je meer willen weten over de geschiedenis van onze regionale voorouders, breng dan eens een bezoek aan het Huis van Hilde in Castricum. Daar hebben ze het fysieke uiterlijk van een aantal ijzertijdgenoten van onze Friese voorvader tot leven gewekt via gezichtsreconstructies van schedels die de tand des tijds wel hebben doorstaan. Met name het kind van Dorregeest, te vinden in het Archeolab, is bijzonder omdat hij te zien is in twee varianten: in kleding van toen en als kind van nu. Als je hem op zijn skateboard op de Paardenmarkt langs zou zien sjezen zou je geen idee hebben dat hij een gereconstrueerd kind uit onze regionale prehistorie was. We lijken meer op onze voorouders dan we zelf beseffen.
Chris Houtman
BRON: Foto’s kind van Dorregeest: provincie Noord-Holland











