Ik heb twee beste vrienden. Bob en Rob. En ook al zie ik ze vrij weinig, toch kan ik echt zeggen dat het mijn beste vrienden zijn. Vanaf mijn dertiende ken ik deze jongens. Ik heb een groot gedeelte van mijn jeugd met ze doorgebracht. In mindere tijden zijn ze er altijd voor mij geweest en wanneer ik bij Bob op de stoep stond, omdat ik thuis onenigheid had, dan zei hij altijd: ‘vriend ik maak je kamertje klaar’. Daarvoor ben ik hem dankbaar.
Vandaag de dag heb ik veel vrienden. En met sommige vrienden heb je periodes intens contact en met sommige verwaterd het weer even. Maar dat is oké. Als het goed zit, zit het goed, en anders heeft het zo moeten zijn.
Sinds de opening van Fernando’s heb ik Sam Piscaer van’t Fnidsen leren kennen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik even aan Sam moest wennen. Respect voor hem had ik sowieso. Een hotel/restaurant beginnen, zo’n groots project en dat op die leeftijd. Dat vond ik wel echt heel stoer. Maar hoe of wat hij nou werkelijk was? Het heeft even geduurd, voordat ik mijn vinger daar op kon leggen.
Sam loopt altijd met een nonchalantie over straat, waardoor het net lijkt alsof hij in het park loopt. Hij kijkt altijd om zich heen en omhoog. Een soort ‘untouchable ‘ uitstraling: ‘niemand die mij wat kan maken’. Op mij kwam het over als een soort van arrogantie, maar nu ik hem beter ken, weet ik dat hij geniet van wat er om hem heen gebeurt. Ook zit hij in gedachten, gedachten over een nieuw gerecht, wat te doen in coronatijd of is hij bezig met een ander nieuw plan.
Naarmate je elkaar beter leert kennen en vertrouwen, ga je elkaar ook meer vertellen en zoek je elkaar op, om ervaringen te delen en je verhaal kwijt te kunnen. Met Sam heb ik aardig wat kopjes thee gedronken na het uitgaan (toen dat nog kon). Tijdens die momenten hebben we elkaar steeds beter leren kennen. Sam werd, van een jongen waar ik eigenlijk geen hoogte van kon krijgen, een jongen die ik nu mijn vriend kan noemen. Het is iemand die altijd voor je klaar staat en die zichzelf wegcijfert om er voor jou te kunnen zijn. En terwijl ik dit schrijf, wil ik het volgende kwijt… Voor diegene die hem nog niet zo goed kennen, wil ik zeggen dat Sam een parel van een mens is. En ondanks corona, heeft hij het opgebracht om een nieuwe uitdaging aan te gaan: DOK10 in Akersloot. Privé maakt hij een moeilijke tijd mee, maar ondanks dat is hij positief en blijft hij de kar trekken.
Afgelopen maandag kon hij, door privé-omstandigheden niet aanwezig zijn bij een etentje waar hij zijn gerecht zou maken. Sam vroeg mij of ik zijn gerecht voor hem wilde bereiden. Ik heb het gerecht eerder gegeten bij ’t Fnidsen: Coquille/wortelcrème met een vleugje gember/scheermes met limoen, kruiden en wat olijfolie/schuimige bisque van schaaldieren. Als een soort van een ode aan Sam, heb ik het gerechtje bereid. Veel hoefde ik er niet aan toe te voegen. Alles was op smaak. Het gerecht heb ik opgediend met veel trots. Trots dat ik een gerecht van mijn vriend mocht serveren. En ik weet dat Sam hoge eisen aan zichzelf stelt en ik voelde mij vereerd dat hij mij het bereiden van zijn gerecht toevertrouwde.
Het is een gerecht waar je je als chef niet achter kan verschuilen. Omdat het gerecht op het oog eenvoudig lijkt, maar zodra je het proeft, proef je de diepgang in het gerecht. Laagje op laagje kom je erachter dat het klopt. Puur en intens.
Het gerecht is misschien wel de weerspiegeling van mijn goede vriend Sam.
Fernando Jonker











