De besten zijn niet altijd degenen die met een prijs naar huis gaan. En dat hoeft ook niet, want zelfs prijzen zijn tegenwoordig betwistbaar. Ik doel dit keer niet op de supermarkt, maar op de voornemens die Alkmaar voor ogen heeft.
Wat te denken van al die plannen die in de loop der tijd tot ontwikkeling zullen komen? Het Canadaplein op de schop, Artiance verhuist naar het voormalige UWV-pand, een uitbreiding van het Stedelijk Museum dankzij een schenking van George en Ilone Kremer, en mogelijk verhuist ook de Kunstuitleen. Met andere woorden: het oog is niet alleen gericht op sport, maar ook op cultuur. En dat is de laatste jaren toch wel wat verwaarloosd, door andersoortige calamiteiten die nog steeds geen oplossing hebben gebracht en waar in de loop der tijd reeds miljarden aan zijn besteed.
Cultuur dus, in welke vorm dan ook. Waarbij voormalige Godshuizen een rol kunnen gaan spelen, waardoor de zin van het leven weer aan betekenis kan winnen en we ons zo af en toe een wereld kunnen voorstellen waarin de hoeveelheid kommer en kwel op een zijspoor wordt gezet. Ons kunnen laten vermaken, het spel niet altijd op de wagen hoeft plaats te vinden, en we stomweg kunnen genieten op een bankje in het plantsoen met de zon in ons gezicht. Maar wel met factor vijftig op de huid. Of gewoon een hele grote hoed op je hoofd en voor de liefhebber: een petje.
Nee, niet alles dien je tegenwoordig serieus te nemen. Je mag gerust weleens met de zoutpot gaan strooien, opdat je ook het nodige met een korreltje zout mag nemen. En strooizout kan dan gewoon weer voor een tijd in de opslag, want ook die winters laten het voor een groot deel afweten.
Of de huidige droogte, waarover geklaagd kan worden. Het verdorren en het zuinig omgaan met drinkwater. Als we op deze voet doorgaan, kan dat straks misschien nog uitsluitend op de bon. We zullen ons moeten gaan instellen op mogelijke beperkingen en de vanzelfsprekendheid van gewoonten ook nog eens tegen het licht moeten houden. Want van alle kanten komen er zaken op ons af waar we niet om hebben gevraagd, maar waar we wel rekening mee moeten houden en een antwoord op dienen te geven. We dienen ons in zekere zin te bewapenen.
“Militairen moeten in een paar dagen paraat kunnen staan,” stelt Generaal Eichelsheim. “Rusland test onze alertheid, bestudeert onze paraatheid en schat onze gereedheid in.” Met andere woorden, meer uniformen in het straatbeeld. Naast het blauw ook de camouflage. En waar het straatbeeld elders in de wereld met grote regelmaat dat laatste laat zien, dienen wij ons daar ook op voor te bereiden. Althans, wanneer alles gaat zoals het gaat. Grote kans dat cultuur dan wederom het kind van de rekening wordt.










