Ik weet niet hoe het kan, maar ineens zijn al mijn kostuums gekrompen.
Toen ik nog werkte als belastingadviseur was het gewoon om iedere dag een pak aan te hebben, meestal compleet met das. Maar na mijn pensionering draag ik vooral vrijetijdskleding, en naar een vergadering af en toe een jasje als het netjes moet.
Kortgeleden werd ik uitgenodigd voor een stemmige bijeenkomst en ik besloot voor de gelegenheid maar weer eens een donker pak aan te doen. Er paste er niet één meer! Het werd dus weer een jasje, ik was een beetje “underdressed”, maar het ging net.
In gedachten ging ik terug naar mijn studietijd in de jaren ’70 in Amsterdam, toen we heel bewust niet meededen met die flauwekul van kledingvoorschriften. Ik had lang haar en droeg een versleten spijkerbroek, T-shirt en klompen.
Als student was ik lid van het faculteitsbestuur van de rechtenfaculteit, dat verder bestond uit hoogleraren en wetenschappers.
Op een dag ontvingen we een duur adviesbureau, ik had die dag een tuinbroek aan. Onze voorzitter, een geweldige hoogleraar van wie ik veel heb geleerd, stelde de aanwezigen aan de gasten voor: Professor die-en-die, mr. dr. zo-en-zo, “en dit is de heer Kirpensteijn, die doet bij ons de tuin”. Gelukkig kon ik de grap wel waarderen.
Toen ik ging werken in Alkmaar bezocht ik de kapper en kocht ik een nette ribbroek en een nieuwe trui. Dat leek me wel voldoende. Kort daarna begeleidde ik een cliënt naar de belastinginspecteur om een bezwaarschrift toe te lichten. Ik kende de cliënt al jaren, als een vlotte ondernemer in een spijkerbroek en een polo. Maar toen ik op de Robonsbosweg mijn oude VW kever naast zijn Mercedes parkeerde, stapte hij uit in een driedelig kostuum en keek hij mij afkeurend aan. Oeps!
In het gebouw werden we ontvangen door de inspecteur, gekleed in jeans en een sweater met het opschrift Ohio University! Mijn klant zat er nogal ongemakkelijk bij in zijn kostuum.
Toch kocht ik dat weekend mijn eerste pak, van blauw ribfluweel, met overhemd en das.
De eerste keer dat ik dat pak droeg was tijdens het vervolggesprek op de inspectie. Mijn cliënt kwam deze keer in zijn gewone kloffie, maar de inspecteur had voor de gelegenheid een kostuum aangetrokken. En weer zat de klant er ongemakkelijk bij. We hebben erom gelachen, de spanning was gebroken en ons bezwaar werd toegekend.
In de loop van mijn carrière werd het gewoon om dagelijks een pak te dragen, en eerlijk gezegd mis ik het soms zelfs. Dus nu al mijn kostuums zijn gekrompen ga ik zaterdag maar eens de stad in. Voor een maatje meer.
Klaas Kirpensteijn











