Overal waar je komt zijn mensen bezig met eten. Niet letterlijk, maar ‘het’ gaat erover. In de Flessenpost lees je recepten waar het water je van in de mond loopt, op het terras vertellen mensen in geuren en kleuren wat ze hebben gegeten – of gaan eten – en nu men op vakantie gaat is daar het volgende geluksmoment: vakantie-eten! Pasta, vis en weet ik wat nog meer. Dat ik niet verder kom dan die twee klassiekers geeft een subtiele hint naar de strekking van deze column: ik vind namelijk niets van eten.
De insteek vandaag is niet om weer eens lekker over mij te lullen, hoewel ik dat goed kan. Neen, de insteek is om zielsverwanten een hart onder de riem te steken: je bent niet alleen! En als ik in dat proces iemand kan laten grinniken, des te beter!
Eten is in mijn wereld tweedimensionaal; er is lekker eten en vies eten. En dat betekent niet dat het slecht bereid is, nee, ik vind het vies. Dat ligt dus aan mij. Vies eten vermijd ik dan ook koste wat het kost. Ik geloof dat normale mensen vies eten ook gewoon opeten, met lichte teleurstelling. Dat is een talent waar ik alleen maar van kan dromen. Als ik iets niet lust, gaat het er niet in. Als een kleuter die broccoli weigert (dat lust ik toevallig wel) sla ik mijn armen over elkaar en trek een gezicht. ‘’NEE!’’. En dat doe ik niet om de kok te beledigen, ik doe het uit zelfbescherming.
U moet begrijpen dat mijn lichaam reageert op ‘vies’ eten. Er is risico op kokhalzen, huiveren, het samentrekken van mijn hele bek en het trauma dat mij de komende uren niet loslaat. Dit complex gaat helaas verder dan smaak alleen. Textuur, kleur en uiterlijk doen allemaal ter zake. Om een simpel voorbeeld te noemen: ananas gaat er bij mij niet in. Wat is dat voor een idioterie met die ‘draadjesvlees-structuur’?! Om maar niet te spreken over nectarine, couscous, speklap, chorizo, avocado of spareribs. Alhoewel, die laatste vind ik gewoon ranzig eten, ik ben geen caveman.
Ik kan eindeloos doorgaan met deze lijst, en dan hebben we het onderwerp smaak nog niet eens behandeld. Als mensen vragen wat ik niet lust geef ik steevast hetzelfde antwoord: ‘’je kan beter vragen wat ik wel lust’’. Het is een aangeboren kwaal, die (zo leerde ik laatst) vaak raakvlakken heeft met autisme en ADHD. Lucky me! Ik ben op geen van beiden getest… Als kind had ik dit vanaf een jaar of 6 gok ik. Eén van mijn ‘core memories’ is het heftig kokhalzen na het voor het eerst eten van taugé, gatverdamme. Rubberachtig, jakkes.
Gelukkig heb ik sindsdien grote stappen gemaakt. Een van mijn overwinningen is bijvoorbeeld yoghurt met stukjes. Nog steeds liever zonder, maar het gaat erin. Champignon ben ik ook meester tegenwoordig, lekker! En wat te denken van olijf met pit? Zo trots op mij! Maar toch, als het al te veel afwijkt van een agv’tje hoef je mij niet uit te nodigen, daar komen alleen maar tranen van. Chinees, Thais, Mexicaans, Indisch (meer keukens ken ik eigenlijk niet), niet aan mij besteed. ‘’Probeer het, je gaat het lekker vinden’’ heb ik nu ook wel gehoord. Neen, neen, driewerf neen ik ga het niet lekker vinden.
Vorig jaar werd ik ‘gedwongen’ een oester te eten, door niemand minder dan de oesterkoning himself. Het scheelde verrekte weinig of die oester was er met dezelfde vaart weer uitgevlogen in de beste man zijn gezicht. Meneer was diep beledigd, maar ik had hem gewaarschuwd. Over textuur gesproken…
Lieve lotgenoten, ik hoor graag van jullie. Laten we ons verenigen in een ‘Niet-eetclub’!
Guus











