Hadjememaar
Column Klaas Kirpensteijn
Gepubliceerd: 12 september 2025
Voor politiek-watchers zoals ik was er door het struikelkabinet Schoof het afgelopen jaar veel te genieten, het was “never a dull moment” in Den Haag. Het begon al meteen met een minister die een kritische tweet verstuurde vanuit Vak K, tijdens de vergadering. Even vergeten dat ze niet meer in de oppositie zat. Daarna hobbelde het kabinet van fout naar fout en de optredens in de Kamer van bijvoorbeeld minister Faber waren ongekend belabberd en lachwekkend. Nieuwsuur was vaak leuker dan Lubach.
Maar voor het land was het afgelopen jaar ronduit dramatisch. Er is vrijwel geen vooruitgang geboekt op de grote thema’s die in Nederland spelen en de ministers waren het -op hoofdlijnen- hartgrondig met elkaar oneens. Ons land heeft een jaar lang stilgestaan, totdat het vertrek van twee partijen leidde tot de bevrijdende val van het kabinet.
Zoals Wim Kan lang geleden al zei: De Haagse politiek is ziek. Last van ontstoken fractieleiders…
Dus nu is het weer tijd voor verkiezingen en de hoop is dat we dat met z’n allen beter doen dan vorig jaar.
Maar voor de nieuwe verkiezingen hebben zich inmiddels al 54 partijen laten registreren. 54! Ik merk dat veel mensen daar op voorhand al “kiespijn” van krijgen.
De versplintering in de politiek is een van de belangrijke oorzaken van de slechte bestuurbaarheid van het land. Door het grote aantal partijen in de Tweede Kamer is het heel moeilijk om een solide coalitie te vormen, dat is inmiddels wel bewezen.
De mensen achter de nieuwe partijen worden vaak verbonden door dezelfde mening over één onderwerp. Dat is prima voor een actiegroep, maar in het landsbestuur eindigt dat vaak in een drama. Eenmaal in de Kamer worden de nieuwe politici bedolven onder allerlei problemen waarover ze nooit eerder met elkaar hebben nagedacht en waarover ze heel verschillend denken. Vaak zie je die nieuwe clubs dan ook al snel uit elkaar vallen. Weg fractie, weg stem. De LPF, de NSC, er is ze geen lang leven gegund.
Ook dichter bij huis zie je dat effect. Denk aan de Senioren Partij Alkmaar, die kwam in de huidige gemeenteraad met twee zetels en leverde een wethouder. Nu zit de wethouder thuis, zijn de raadsleden een eigen lijst begonnen en is de SPA niet meer in de raad vertegenwoordigd. Je zult er maar op hebben gestemd, daar zou je toch grijze haren van krijgen?
Als kleine partij een zetel veroveren, dat is niet zo heel moeilijk. Je moet dan vooral veel kabaal maken en kiezen voor een aansprekende lijsttrekker. Het bewijs daarvoor werd al honderd jaar geleden op een vrolijke manier geleverd in Amsterdam.
Een groep anarchisten richtte daar in 1921 uit protest de Rapaille Partij op. Als lijsttrekker kozen zij de Amsterdamse dronkenlap, zwerver en straatmuzikant Cornelis de Gelder, beter bekend onder de naam Hadjememaar. Zijn programmapunten waren de verlaging van de prijs van jenever en de verwijdering van het urinoir op het Rembrandtplein. Er werd flink campagne gevoerd, en Hadjememaar werd met meer dan 13.000 stemmen in de gemeenteraad gekozen. Het kwam er toch niet van, want nog voor de installatie werd hij opgepakt wegens, jawel, openbare dronkenschap en verloor hij zijn passief kiesrecht.
In maart volgend jaar zijn er alweer verkiezingen, voor de gemeenteraad. Ik heb even overwogen om een nieuwe partij op te richten, en het leek me leuk om dan Bertje Doperwtje als lijsttrekker te vragen. Een campagne met veel herrie zou dan toch zeker één zetel moeten opleveren.
Maar nee, voor de bestuurbaarheid van stad en land hoop ik toch dat de gevestigde partijen met ervaren bestuurders veel stemmen krijgen en een regering vormen die onze grote problemen nu eens écht aanpakt.
Klaas Kirpensteijn