Tijdens het schrijven kijk ik het raam uit; mistroostig weer is het en gelijk maakt weemoed zich van mij meester; Ik ben namelijk net een week terug van vakantie en die was meer dan fantastisch voor elkaar. Een trektocht door Frankrijk, Noord Spanje en Portugal met een daktent. Een wat? Een daktent, dat is een soort van slaapkamer op het dak van je auto. Maar het verdient wat uitleg. Voor de paardensport, ben ik heel af en toe een paar dagen op een wedstrijd. Dan is een overnachtingsplek bij de paarden handig. De meesten hebben een luxe camper; maar ik wilde een leuke camper. Dus we kozen voor een Mercedes 406 uit 1974 met trekhaak. Nog niet wetende dat 406D niet alleen een typenummer was, maar ook gelijk het aantal PK’s aangaf. 60PK! Ik heb er één keer een paardentrailer achter gehad naar Texel, maar diegenen die achter mij reden hebben allemaal de boot gemist, want ik kwam niet boven de 60 km p/u. Toch wilde de liefde met mij en de Mercedes op vakantie.
Als Pipo en Mamalou gingen we op reis. Voetjes op het bakelieten dashboard en een strohoed op. Prachtige reizen gehad naar Frankrijk en Italië. Maar we wilden ook wel eens door de Pyreneeën of de Route Napoleon afmaken. De route Napoleon hebben we wel eens geprobeerd, maar nog maar 10 km p/uur naar boven klimmend, stond toch het angstzweet op ons voorhoofd. Meebewegend met het stuur en allebei roepend; kom jongen je redt het, heeft ons toch besloten de bergen te omzeilen. We wilden toch iets verder en ondanks dat we allebei stapel verliefd waren op onze mercedes uit 1974, hebben we hem met pijn in het hart omgeruild voor een hippe daktent. Hoezo hip? Ik had de daktent al eens ontdekt op een reis door Australië, waar ik veel travellers tegen kwam met zo’n gevaarte op de auto. Niks hips aan; het is handig en beschermt je tegen wilde dieren; aldus de aussies. Maar toen ik vlak voor onze vakantie Doutzen een post zag plaatsen op Insta met een daktent, wist ik dat ik voor het eerst in mijn leven trendsetter was.
Het was geweldig. Vrij en blij, fietsen op de trekhaak en de pick up gevuld met overzichtelijke reiskisten. Nog steeds getooid als Pipo en Mamalou op trektocht door het noorden van Spanje en Portugal. Inmiddels zijn we goed in het zoeken naar kleine idyllische campings. Als er in een boekje staat; “goed geoutilleerde camping voorzien van zwembad en alle gemakken” rij dan door, want je staat dan op een camping met 6000 gillende kinderen in een zwembad en een animatieteam, die zelfs om 2 uur ’s nachts nog een leuke twist geeft aan het fenomeen kinderdisco. Kleine idyllische campings dus en die zijn er genoeg.
Was alles dan fantastisch? Had ik dan helemaal niets te zeuren? Natuurlijk wel. Want hoe
kneuterig en leuk de overnachting ook is; je moet een keer naar de plee. En dat blijft een drama. Het zou doorslaggevend kunnen zijn om te beslissen; toch maar met een bandje om naar een all-inn resort te gaan. Want het toilet bezoek, blijft een tragedie voor mij. In iets mindere mate de douche, maar ook dat is voor mij een crime. Probeer maar eens met dat veel te grote lichaam, op je slippertjes te blijven staan, als je ook nog eens met 1 been in de verkeerde broekspijp, je evenwicht verliest, daardoor net in je blote kont door het deurtje valt, dat je vergeten bent op slot te doen.
Normaal gesproken, ben ik niet behept met smetvrees, maar dat heb ik wel op de camping. Ik
ben echt een half uur langer bezig dan een ander, om er zeker van te zijn dat alles op orde is. En dan neem ik mezelf ook nog eens in de maling; Ik kan pas naar ’t toilet; als ik zeker weet dat ik de enige ben in het gebouwtje. Als ik een ander “ net” van mijn toekomstige plee af zie komen, loop ik een extra rondje rond de camping. Ik moet het gevoel hebben, dat ik de eerste ben en niet op een warme bril van mijn voorganger hoef. Anders wordt het een nutteloze exercitie. Als ik dan eenmaal mijn intrek heb genomen; maak ik me zo klein mogelijk, ik ben geruisloos en ik blijf net zo lang zitten, totdat ik zeker weet, dat ik weer alleen ben.
Maar in dit gebouwtje lijk ik de enige met dit gebrek. Want de doorgewinterde vakantieganger lijkt helemaal geen last te hebben van gene. Als je hoort wat voor geluiden er wel niet uit al die cabines komen, dan ben je in staat op de politie te
bellen, omdat je denkt dat er een moord gaande is. Mijn buren spugen, boeren, borrelen, snuiven, kreunen, grommen. En niet alleen op de plee, ook onder de douche, zelfs tijdens onschuldig tanden poetsen. En ik denk alleen maar, dat ze dat doen, omdat ze zich alleen wanen. Maar dat is niet zo; ik zit daar met mijn ruim 100 kg stil te wezen en niet te bewegen en ik hoor dus alles en dat alles bevordert de stoelgang niet bepaald.
Maar het allerergste is nog, die cabines met te kleine tussenschotten, zodat je de voeten van je buurman ziet. Kan het erger; het kan nog veel erger. Als het tussenschot aan de bovenkant geen rekening heeft gehouden met mijn lengte. Dus als ik mij dan alleen waan en eindelijk wil gaan staan, ik dan gelijktijdig ga staan met mijn buurman en dientengevolge rechtstreeks in zijn hoogrode postzegel kijk. Op dat moment ben ik even de ongelukkigste man op aarde.
Bij terugkomst in mijn daktentje, staat de liefde klaar met koffie en vertelt me met een glimlach dat Doutzen ook met de daktent op stap is.
Peter Visser











