Veiligheid vraagt om luisteren, leren en durven kiezen
De afgelopen maanden is in Alkmaar opnieuw duidelijk geworden dat veiligheid in de openbare ruimte niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Tijdens gesprekken met vrouwen en meisjes in onze stad hoorden we verhalen over plekken die ze vermijden, routes die onprettig voelen en situaties waarin ze zich niet gezien of gesteund voelen. De protestmars tegen geweld en intimidatie vorig jaar liet bovendien zien hoeveel Alkmaarders dit herkennen. Het gaat niet om losse ervaringen, maar om een terugkerend patroon dat we serieus moeten nemen.
De reflex naar techniek
Onlangs verscheen bij Max Meldpunt een artikel over de snelle opkomst van “slimme camera’s” in Nederlandse steden. Camera’s die gedrag analyseren, afwijkingen detecteren en automatisch meldingen sturen. Het artikel stelt terechte vragen:
Hoe ver mag de overheid gaan? Wat betekent dit voor privacy? En wie bepaalt wat “verdacht gedrag” is?
Ook in Alkmaar speelt deze discussie. OPA stelde onlangs Artikel 42‑vragen over cameratoezicht met luidsprekers. Geen slimme camera’s, maar wel een uitbreiding van toezicht. Hun insteek is helder: meer handhaving, meer zichtbaarheid, sneller ingrijpen.
Die behoefte begrijpen we. Maar wie veiligheid reduceert tot techniek, mist de kern.
Wat vrouwen en meisjes ons vertelden
Tijdens onze bijeenkomst van 18 februari ’26 met vrouwen en meisjes hoorden we verhalen die je raken. Over tunnels waar je liever niet doorheen gaat. Over donkere plekken waar je je klein voelt. Over opmerkingen, blikken, achtervolgd worden. Over het gevoel dat je altijd “aan” moet staan.
Het gaat ook over vertrouwen in het systeem
Een ander punt dat vrouwen met ons deelden, raakt minstens zo diep: het gevoel dat melden of aangifte doen niet altijd zinvol is. Het Pointer‑onderzoek naar vrouwen die ontmoedigd werden om aangifte te doen van huiselijk geweld heeft dat gevoel versterkt. Sommige vrouwen vertelden ons dat zij — of mensen in hun omgeving — twijfelen om aangifte te doen van ernstige gebeurtenissen zoals aanranding, verkrachting of vermoedelijke drogering, omdat ze bang zijn niet serieus genomen te worden en bewijslast moeilijk is.
Dat is een signaal dat we niet kunnen negeren. Veiligheid gaat niet alleen over de straat, maar ook over het vertrouwen dat instanties je beschermen wanneer je iets overkomt. Als dat vertrouwen ontbreekt, wordt de drempel om hulp te zoeken hoger — en dat maakt mensen kwetsbaarder.
Maar we hoorden ook iets anders:
“We willen niet overal camera’s. We willen dat de stad zó is ingericht dat we ons veilig voelen.”
Hoogleraren sociale veiligheid en stedelijke inrichting bevestigen dit beeld al jaren:
- Goede verlichting voorkomt meer incidenten dan camera’s.
- Open zichtlijnen werken beter dan toezicht op afstand.
- Drukke, levendige plekken zijn veiliger dan plekken met alleen technologie.
- Participatie van vrouwen en meisjes leidt tot betere oplossingen dan top‑down maatregelen.
Veiligheid is dus geen technisch vraagstuk, maar een sociaal en ruimtelijk vraagstuk en vraagt om samenwerking tussen technologie, recht en zorg.
Daarom koos de raad voor een andere koers
De gemeenteraad heeft een motie aangenomen die inzet op een structurele aanpak. Niet omdat we tegen toezicht zijn, maar omdat we weten dat toezicht alleen nooit genoeg is.
De motie vraagt om:
- een ruimtelijke en sociale analyse van onveilige plekken
- een meldpunt voor situaties die direct opgelost kunnen worden
- de pilot Meiden en Ruimte, waarin jongeren meedenken over hun omgeving
- betere verlichting, zichtlijnen en routing
- bundeling van bestaande initiatieven
- jaarlijkse rapportage zodat we kunnen bijsturen
Deze aanpak is niet “soft”. Het is precies wat experts aanbevelen. Het is wat vrouwen en meisjes zelf aangeven. En het is wat werkt.
Benoemen is geen uitsluiten
In het debat in de raad werd destijds gevraagd waarom we specifiek vrouwen, meisjes en transpersonen noemen. Het antwoord is simpel:
Omdat zij disproportioneel vaak te maken krijgen met intimidatie en grensoverschrijdend gedrag.
Hoogleraren noemen dit “gendered safety”: wie je bent bepaalt hoe je de stad ervaart. Door dat te erkennen, maak je beleid dat uiteindelijk voor iedereen werkt.
Veiligheid vraagt om durf
Het is makkelijk om te roepen dat er “meer camera’s” of “meer handhaving” moet komen. Maar echte veiligheid vraagt om iets anders:
- luisteren naar ervaringen
- erkennen dat niet iedereen dezelfde vrijheid voelt
- investeren in de inrichting van de stad en durven kiezen voor maatregelen die verder gaan dan symptoombestrijding
Alkmaar verdient een aanpak die niet alleen reageert, maar voorkomt. Niet alleen registreert, maar beschermt. Niet alleen kijkt, maar begrijpt.
Veiligheid is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde om te kunnen wonen, opgroeien en oud te worden. En het begint met de vraag: durven we de stad te bouwen zoals vrouwen en meisjes haar ervaren?
Wij denken dat we dat moeten doen. Voor hen — en uiteindelijk voor ons allemaal.
Groetjes, Sasja Spek
Op de foto: Tineke Bouchier, Sasja Spek, Marion de Jong, Lilian Jonker, Betty Scholtz en Britt Schoonewil na afloop van de bijeenkomst van 18 februari in SOEPP








































