In 1999, op de drempel van de vorige eeuw, verhuisde ik van Alkmaar Overdie naar Koedijk. Een dorp dat ik al kende door mijn schoonvader, die brugwachter was op de vlotbrug. Ik ben steeds meer gaan houden van dorpen; ze vormen vaak de groene verbinding tussen de natuur en de stad. Zo ook Koedijk. Maar het dorp kent ook problemen. De supermarkt, de groenteman aan huis, de geldautomaat, de snackbar en zelfs goed openbaar vervoer zijn verdwenen. Hopelijk tijdelijk, want de roep vanuit het dorp tegen deze verschraling is luid.
Dit werd duidelijk tijdens de bijeenkomst van de Dorpsraad vorig weekend. Onder het toeziend oog van de Koedijkers stonden daar de politici uit de gemeenten Alkmaar en Dijk en Waard te dingen naar de gunst van de kiezer voor de naderende gemeenteraadsverkiezingen. Ook ik stond daarbij, met de politieke ‘foefjes’ in mijn achterzak: flyers klaarleggen, proberen als eerste of laatste te spreken en het onderwerp benoemen dat je na aan het hart ligt. Voor mij is dat de verstening van voortuintjes. Een thema dat voor een gemeente ingewikkeld is om direct aan te pakken, maar dat we als gemeenschap juist heel goed kunnen benoemen.
De roep om een supermarkt terug te krijgen in het dorp is groot. Ook bij mij, want het is fijn om er één dichtbij te hebben. Niet voor de wekelijkse boodschappen, maar ook niet alleen voor dat vergeten bakje sojayoghurt. Het zit er ergens tussen in, meestal toch een boodschappentasje per week. Ik herinner me nog goed de opmerkingen in de Coedijcker Ban – ons lokale blaadje dat helaas ook verdwenen is – over de bevoorrading. De vrachtwagens kwamen vroeg en waren luid, al verstomde de kritiek toen de relatief dure Spar plaatsmaakte voor een Lidl. De gemeente kan helpen een supermarkt terug te krijgen door bemiddeling en ruimtelijk beleid. Een mooie taak voor de Dorpsraad en toekomstige raadsleden, al is het maar uit gezond eigenbelang.
Een ander thema was het commentaar op het groenbeheer. Ik heb dat minder. De overhangende takken boven het water zijn de perfecte landingsplaats voor ons ijsvogeltje. Het oogt misschien wat rommeliger, maar het is waar dieren van houden en waar ik intens van geniet. Net als van de ‘ruige’ Kanaaldijk, die door sommigen soms kort en dood gemaaid wordt. Voor mij laten juist die plekken zien dat dorpen de vitale verbinding vormen tussen het landelijk gebied en de stad. Dorpen kunnen de brug zijn tussen de Eilandspolder en de duinen, zo belangrijk voor dier en natuur.
Zo blijk ik toch meer gemeen te hebben met mijn schoonvader dan ik dacht: ik wil bruggen slaan waar het dorp het hoogtepunt van vormt.
Fabian Zoon is kandidaat voor de Partij voor de Dieren bij de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart. Momenteel is hij ook fractievoorzitter voor deze partij in het waterschap HHNK.








































