Het stond en staat overal langs ’s lands heren wegen en is nog steeds het motto van de Postbus 55 Corona commercials op TV die met regelmaat voorbij komen: ‘Samen Sterk en tegen Corona’. We kunnen het niet alléén het hoofd bieden, dus moeten we rekenen op ons saamhorigheidsgevoel. We zijn immers met een kleine 18 miljoen medebewoners.
Helaas heeft het virus echter ook een gemeen kantje in onze volksaard blootgelegd. Wij Nederlanders blijken in deze crisis namelijk ook heel goed over anderen te kunnen oordelen. Samen corona het hoofd bieden betekent vaak ook: anderen de maat nemen die in sommige ogen de regels overtreden of meedoen aan de, in hun ogen, belachelijke regels.
Ik zoom deze keer in op de minder besproken groep en noem hen de Coralisten. Een afgeleide van het woord moralisten en dat zijn mensen die moraal onderwijzen of bevorderen. Deze groep houdt zich keurig netjes aan de voorschriften en vindt inmiddels dat ze dat ook ‘hardop’ mogen verwachten van anderen. Zo had je op sociale media al een legertje Coralisten, die vooral hun eigen braafheid benadrukten door naar anderen te wijzen die zich niet aan de regels hielden. Belachelijk die hamsteraars, feestvierders, parkhangers.
De afgelopen maanden kom ik echter steeds vaker deze categorie tegen, wandelend door de bossen, op het strand of binnenstad, de supermarkt of een openbaar gebouw: de Coralist zwijgt niet meer en neemt de vrijheid om er stevig in te gaan. Zo werd ik onlangs door een echtpaar uitgebreid uitgescholden in een duingebied als het bijvoorbeeld gaat over vermeend afstandsgebrek of het niet dragen van mondkapje. Ook tijdens een stadswandeling kwam ik meerdere coralisten tegen. De ene met een passief agressief: ‘asociaal, die denkt zeker dat dat anderhalve meter is!’, de andere trakteerde me op een zuur ‘tsss’ en een blik alsof ik net op zijn huisdier was gaan staan. Laten we zeggen dat het de toch al wat gespannen sfeer in de publieke ruimte er niet vrolijker op maakt.
Ik neem aan dat de intenties van de Coralisten meestal goed zijn, dat er onder de mopperende buitenkant begrijpelijke angst ligt en dat zij gewoon zo snel mogelijk van de regels af willen.
Maar het kan anders. Onlangs zei de directeur van het RIVM nog dat we zullen moeten leren leven met het virus. Dat doen we met ordelijkheid en zelfcontrole, uiteraard, maar ook met verdraagzaamheid. Als iemand je in de weg staat, iets onhandigs doet in de supermarkt of anderszins de anderhalve meter overtreedt, zal dat namelijk meestal niet zijn om jou bewust een hak te zetten. Sterker nog, je mag ervan uit gaan dat iedereen, hoe onhandig of onoplettend ook, zijn best doet om de regels in acht te houden.
Natuurlijk, in de nieuwe coronatijd zullen we elkaar regelmatig blijven aanspreken op straat. Dat kan echter op een constructieve manier, in plaats van een zure of agressieve. Een eenvoudig ‘mag ik erlangs?’ of een vrolijk ‘zou je een stapje opzij willen doen?’ doet wonderen. We mogen er immers vanuit gaan dat de ander gewoon zijn best doet, al zien we dat op dat moment misschien niet. Het virus is er nog wel even, en we moeten ons allemaal aanpassen. Maar we mogen wel kiezen wat we met de ander doen: wantrouwen, of vertrouwen.
Milo Berlijn
Trainer/eigenaar Trainmark – www.trainmark.nl











