Het behoeft hier geen uitleg, dat ik paardenliefhebber ben, niet alleen van het dier, maar ook van de sport. Ik denk dat ik het heb geërfd van mijn vader. Verder in het gezin kan ik namelijk niemand betrappen op warme gevoelens voor het edele ros.
Bij mij begon het al in Slagharen, ponypark Slagharen. Waar iedereen kwam voor de immense glijbaan en de attracties, kwam ik voor de Shetland pony’s. Kon er geen genoeg van krijgen. Alle attracties zaten in de entreeprijs, maar dat gold dat niet voor de pony’s. Dus mijn vader stond 1 ronde per jaarlijks bezoek toe. Het was immers al duur genoeg allemaal.
Het voordeel van de pony’s van Slagharen was, dat het net leek of je kon paardrijden. Als je tenminste maar de route wilde volgen, die ze gewend waren. In dat geval deden ze precies wat jij wilde. Elke piepkleine uitzondering op de route werd beloond met steigeren, bokken en heftig het hoofd schudden. Maar mij stond het niet in de weg.
Ik weet zelfs nog dat de Grosmarkt een heel weiland met Slagharen pony’s had staan, die ze verlootten aan hun klanten. Ik heb mijn ouders gesmeekt de loten te kopen. Ze zeiden ja, maar deden nee, dus voor mij geen pony. Toen ik later op mezelf woonde heb ik elke gelegenheid aangegrepen om op de rug van een paard te stappen. Zonder enige vorm van kennis trouwens.
Inmiddels was ik ondernemer geworden in kleine Nero aan de Schoutenstraat en ik was altijd op zondag vrij. Mijn vriendinnetje was aan het werken ik verveelde me een beetje. ( is denk ik ook de laatste dag ooit geweest dat ik me heb verveeld). Spontaan dacht ik; ik ga een paard huren en lekker op het strand rijden.
Nu weet ik wat er allemaal kan gebeuren, maar daar was ik toen helemaal niet mee bezig. Ik zocht in de gouden gids een verhuur stal en dat was ergens in de buurt van Camperduin. Ik kreeg een zadel, hoofdstel en een druistige merrie in mijn handen gedrukt. De boer vroeg mij iets totaal onverstaanbaars en ik heb alleen maar instemmend geknikt. Ik vermoedde namelijk, dat bij een ontkennend antwoord, het hele avontuur afgeblazen zou worden.
Een een avontuur werd het. Ik stak over naar de Honds Bossche zeewering en merkte toen al dat de druiste merrie niet zat te wachten op een strandwandeling. Bij de strandafgang aangekomen, stond het zweet op de viervoeter en de blaren in mijn handen. Een mooi meisje kwam op haar paard geheel ontspannen het strand af. Mijn paard en ik dachten het zelfde en dus liepen we in tegenovergestelde richting van ons plan achter de mooie ruiter aan, richting Schoorl.
Paarden zijn kuddedieren en ik ook, dus we liepen met zijn vieren heel rustig richting het dorp. Uiteindelijk moest ik erkennen dat ik helmaal niet naar Schoorl wilde, maar naar het strand. Ik draaide om en zei het mooie paardenmeisje gedag. Mijn paard had subiet last van verlatingsangst en protesteerde op alles. Steigeren, bokken, hinniken, dwars op de weg en toeterende auto’s. Toen de twee uit ’t zicht waren, werd het iets rustiger en ik besloot een einde te maken aan mijn zondagsrit….
Echter….. Ik wam een hele reeks ruiters tegen, die het strand op wilden. Paarden zijn graag samen met soortgenoten, wist ik inmiddels. Ik vroeg of ik met ze mee mocht, het strand op. Als ik een beetje achterin ga rijden, heb ik vast een leuke middag op het strand. Mijn paard zag het strand, de zee, de open ruimte en voelde mijn gebrek aan ervaring.
Opeens was haar verlatingsangst verdwenen. In volle galop lieten wij de groep achter. In een ongecontroleerde dollemans rit verdween de groep uit het zicht. Toen sprong mijn stijgbeugel los. Vol met mij klus belandde ik in het zadel. Ik zag al sterretjes, maar tot overmaat van ramp schoot mijn voet in de enig overgebleven stijgbeugel.
Ik kreeg een visioen van een val partij, waarbij mijn voet in de stijgbeugel zat en ik op mijn rug voort getrokken over het strand richting de hoogovens zou stuiteren. Dit wilde ik ten kostte van alles voorkomen. Ik trok het paard in een bocht en op het moment dat ik dacht dat we de laagste snelheid hadden, wierp ik me van de merrie haar rug. Het paard stopte, keek me aan, draaide om en rende in gestrekte draf terug naar de stal. ( Hoopte ik).
En daar lag Visser, tussen twee strandpaviljoens in en het enige wat ik zag was een steeds kleiner worden paard. Ik raapte mijn stijgbeugel op en liep terug. Maar dat was een hele rare tocht….. Ik had rijlaarzen aan, een cap op en in mijn ene hand de verloren stijgbeugel…. Iedereen, die ik tegen kwam had mijn ruiterloze paard al gezien en ik liep met een mank been al die mensen tegemoet….. “ Je paard is al thuis hoor………” jajajajajajajajaja….. Na een uur was ik terug op stal. Ik kon niet rekenen op enig begrip van de boer…Wat doe jij poverdorie op een paard.. ..
Ontdaan en met een stijf lijf stapte in mijn auto… Goudvissen dacht ik , waarom hou ik niet van goudvissen……..
Fijne vakantie
Peter Visser











