“Waar zou ik me druk om maken?” dacht de luis op het zere hoofd, terwijl hij zich ongegeneerd vol vrat. “Nee, dan mijn neef in de pels, die weet zich tenminste goed te verstoppen.” Geen kwaaie bedoelingen. Hooguit een vergissing. De een wint, de ander trekt aan het kortste eind.
We hebben het over de Kanaalkade. En waar het om draait? Festiviteiten. Koningsdag bijvoorbeeld. Bevrijdingsdag. Feestdagen die vragen om ruimte, muziek, gezelligheid. Maar het wordt ingewikkeld. De pleinen zijn er nog, maar de lol lijkt ingekaderd door vergunningen. Alles om ervoor te zorgen dat het leuk blijft. Want niemand zit te wachten op gedoe. Relletjes. Ruzies. Uit de hand gelopen avonden.
En handhavers? Die zijn niet zomaar op te roepen. Beveiligers? Die weten inmiddels wat ze waard zijn. De kosten stijgen. En wie mag dat betalen? Juist: de kroegbazen. De feestgangers. Maar ook zij hebben hun grens.
Misschien de Gemeente dan? Ook daar moeten tegenwoordig de knopen worden geteld. Want als zelfs de overheid de broekriem aanhaalt, weet je dat het menens is. We hebben het niet meer over dubbeltjes. Of centen. Alles draait om miljarden. En ja, misschien begrijpt Dagoberts neef nog hoe dat werkt. Maar voor de rest van ons voelt het als een aflevering van de oude ‘Ver van mijn bed-show’.
En daar komt dat waterbed om de hoek kijken. Want druk je op de ene plek, dan komt het ergens anders omhoog. Zo wordt het probleem verplaatst. Niks nieuws. Oude wijn, nieuwe zakken. Of omgekeerd. Al smaakt slechte wijn zelden beter in een ander jasje.
Toch gloort er iets aan de horizon. Nederland maakt furore. Wijngaarden duiken op waar eerst aardappels stonden. De druif rukt op. De geit leeft. De kool blijft gespaard. Het vraagt om een nieuwe blik. Om uitproberen. Denken in kansen. Zelf doen. Minder afhankelijk van anderen.
De volkstuintjes keren terug. Aardappels, uien – ze komen weer boven het maaiveld uit. En we leren zuinig zijn. Op water bijvoorbeeld. Want dat wordt schaarser. En waardevoller.
Bronwater. Duinwater. Ideaal voor Texels bier. Of een flesje Sancti Adelberti. Zo krijgt ook de Abdij van Egmond weer glans. Een plek voor bezinning. En voor een goed glas. Heilig water dat je kunt drinken.
Dus laten we dat dan ook gewoon doen.
Proost.










