Het Bewegende Bos wandelt op dit moment door Dordrecht. Bij dit project verplaatsen 200 bomen zich gedurende één of twee maanden door de stad en strijken ze neer in een straat of buurt om daar de boel te vergroenen. Bewoners kunnen zo ervaren wat het betekent om een tijdje minder auto’s en meer groen in hun directe leefomgeving te hebben. Hun straat wordt tijdelijk afgesloten voor verkeer en de ruimte die vrijkomt wordt gevuld met zo’n dertig tot vijftig bomen.
Meer ruimte voor groen gaat ten koste van auto’s en parkeerplaatsen. Maar als bewoner krijg je daar veel voor terug. Volop groen en verkoeling in je straat bijvoorbeeld. Door één flinke boom wordt het namelijk al drie graden koeler, dankzij ‘natuurlijke airco’. Een ander voordeel: er is meer levendigheid op straat doordat er ruimte is om veilig te spelen, te bewegen en te ontspannen. Als de bomen na twee maanden weer verhuizen, is het niet per se gedaan met de pret, want uiteindelijk is dit project bedoeld om te kijken waar de bomen een vaste plek kunnen krijgen.
In Leeuwarden wandelde vorig jaar een nóg groter bos rond in het kader van het kunstproject Bosk. Meer dan duizend bomen bewogen daar door de stad, waarvan er uiteindelijk 160 geplant werden om de leefbaarheid in stadswijken te verbeteren.
Ik wens Alkmaar uit de grond van mijn hart ook zo’n wandelend bos toe. Want als ik de plannen van het nieuwe college bekijk, word ik diepbedroefd. In het nieuwe coalitieakkoord wordt een lange rode loper uitgerold voor de auto, terwijl de druk op de ruimte in het centrum de komende jaren alleen maar zal toenemen. Als we geen passende maatregelen nemen, barst Alkmaar straks uit z’n voegen door een groeiend aantal inwoners en het bijbehorende verkeer.
Wereldwijd worden auto’s inmiddels actief uit grote en middelgrote steden geweerd. Er wordt ingezet op meer ruimte voor fietsers en voetgangers, beter openbaar vervoer en zogeheten ‘mobiliteits-hubs’, waar je van de auto kunt overstappen op de (deel)fiets. Redenen daarvoor zijn niet alleen veiligheid en het verminderen van files, maar – juist – het bevorderen van leefbaarheid en gezondheid in de stad. In een groene stad is niet alleen de sociale cohesie groter, groen verhoogt ook de aantrekkelijkheid, waardoor een beter vestigingsklimaat ontstaat voor inwoners en bedrijven. Wereldfietsstad Kopenhagen is daar een prachtig voorbeeld van. Maar ook in eigen land – in Amsterdam, Utrecht, Zwolle, Nijmegen, Zutphen en vele andere steden – wordt ingezet op een toekomstbestendig mobiliteitsbeleid.
En wat doet ons nieuwe college? Dat veegt het STOMP-principe (dat voorrang geeft aan voetgangers, fietsers en ov) van tafel en komt met een coalitieakkoord dat voor 90% voorrang geeft aan auto’s. Terwijl alle grote steden om ons heen bezig zijn met het stimuleren en faciliteren van deelmobiliteit en het ontmoedigen van fysiek autobezit, trekt Alkmaar een blik blij-dat-ik-rij-maatregelen open die in de jaren zeventig van de vorige eeuw niet hadden misstaan. Ik hoop dat er snel een bos onze kant op komt, zodat we als bewoners kunnen ervaren hoe het anders kan.
Kivilcim Pinar is raadslid voor de Partij voor de Dieren Alkmaar







































