Het beeld dat Nederland een inclusief land is, berust vooral op imago. Op de Rainbow Europe Index, die zich baseert op wet- en regelgeving op LHBTIQ+-gebied, zijn we dit jaar opnieuw een plek gezakt. Tegelijkertijd nemen discriminatie, haat en geweldsincidenten toe. Onze LHBTIQ+ gemeenschap worstelt met beperkte rechten, beperkte acceptatie en beperkte veiligheid. Ook in Alkmaar. Mensen worden met regelmaat belaagd en uitgescholden; op school, in de wijk waar ze wonen en in uitgaansgelegenheden.
Als politici moeten we daar veel kritischer op zijn. Acceptatie is niet iets dat we voor elkaar krijgen door tijdens de Pride-week de vlag uit te hangen en een rondje mee te varen. Het welzijn van LHBTIQ+’ers moet een grotere prioriteit binnen onze lokale politiek krijgen. Met die gedachte dienden PvdA, GroenLinks, SP en Partij voor de Dieren tijdens de laatste raadsvergadering een amendement in. Ons voorstel was om de ambitie van Alkmaar met betrekking tot acceptatie van LHBTIQ+’ers in de wijk of de buurt omhoog te krijgen. Dat amendement werd niet gesteund. Het college vond en vindt een acceptatiegraad van 66% vooralsnog volstaan. De lat hoger leggen is niet gewenst, aldus de fractievoorzitter van D66, “want daarmee creëer je misschien teleurstellingen of onrealistische verwachtingen.”
Zulke percentages lijken misschien abstract, maar achter cijfers gaan altijd verhalen schuil. Het verhaal van een gay jongere die uit die 66% de conclusie mag trekken dat een derde van de mensen in zijn wijk hem niet hoeft te accepteren, bijvoorbeeld. Want dat zou een onrealistische verwachting zijn. Uit diezelfde 66% kan iemand anders het verhaal destilleren dat je in de Alkmaarse politiek de lat niet te hoog moet leggen, want tja, dat zou tot teleurstellingen kunnen leiden. En weer een ander zou uit dat cijfer op kunnen maken dat het ons college ontbreekt aan ambitie of aan daadkracht. Want je kunt wel heel netjes zeggen dat Alkmaar een stad wil zijn “waarin iedereen zich veilig voelt en kan zijn wie hij is”, maar om dat daadwerkelijk voor elkaar te krijgen moet je wel een stip op de horizon durven te zetten.
De Partij voor de Dieren Alkmaar vindt het streven naar een acceptatiegraad van 66% voor onze LHBTIQ+ gemeenschap onacceptabel. Een college dat zich blijft beroepen op ‘realistische streefgetallen’ en niet inziet dat je daarmee een verkeerd signaal afgeeft, dát vinden we pas teleurstellend!
Wij zien het als taak van de overheid om zorg te dragen voor acceptatie en integratie van groepen die achtergesteld worden. En daar hoort een krachtig LHBTIQ+-emancipatiebeleid bij met de bijbehorende investeringen, juist nu die acceptatie stagneert en op sommige plekken zelfs terugloopt. Als je je een Regenbooggemeente wilt noemen, of zoals D66 zelfs een Regenboogpartij, kom je niet weg met een passieve houding. Dan moet je laten zien waar je voor staat en beloven dat je de politiek gaat aanjagen om die stip aan de horizon te bereiken.
Kıvılcım Pinar is raadslid voor de Partij voor de Dieren Alkmaar







































