De bagagecarrousel, dat woord doet denken aan kermis en dat is het ook. Althans, voor wie van tragikomische taferelen houdt. Pisa heeft officieel een vliegveld, maar het gebouwtje dat aan het stadscentrum is verbonden met een onbemande monorail (een aanrader voor wie op zoek is naar de saaiste achtbaan ooit), mag die naam eigenlijk niet dragen. Een middagje rondneuzen in een Leen Bakker vergt meer loopwerk. Het kan, eenmaal aangekomen bij de bagagecarrousel, dus nog even duren voordat de weledelgestrenge platformmedewerkers de eerste bagage vrijgeven. Is niet erg, het is immers vakantie.
Op Schiphol is alles andersom. Het grondpersoneel heeft, terwijl jij een halve marathon aan pieren en trappen hebt afgelegd, alle tijd om de inhoud van het ruim op de bagagecarrousel te parkeren. Daar staan veelal mensen wiens vakantie voorbij is, en vormt deze ruimte een soort sluis richting het beton en de verkeersdrukte van de Haarlemmermeer. Morgen weer een bruin broodje kaas met margarine en toiletteren op de eigen pot. Maar eerst nog wachten. Het humeur staat met 1-0 achter.
Je proeft berusting, maar ook alertheid. Zeker zodra het eerste stuk bagage uit de coulissen komt. In vroeger tijden was dat vaak een metalen koffertje, dat toebehoorde aan cabinepersoneel. Dat fenomeen lijkt verdwenen. Wanneer de eerste burgerkoffer zich aandient, reageert 99 procent teleurgesteld: nee, dat is mijn koffer niet. Het ding wordt afkeurend bekeken. Wat een lelijke koffer. En wat een stomme tekst staat erop, 'Love to Travel'.
De reislustige die zijn bezittingen ziet naderen, weet alle ogen op zich gericht. Het is nu zaak om de koffer zo geroutineerd mogelijk van de band te plukken; mensen moeten niet denken dat hij dit voor het eerst doet. Dit gaat niet altijd goed. Soms moet de koffer een slag gedraaid worden, wat er altijd onhandig uitziet. Of komt de eigenaar net te laat. Hij kijkt om zich heen: ach, kan gebeuren. Omstanders knikken begripvol terug. Maar ze denken: amateur.
Ook fascinerend: de koffer waar niemand oog voor heeft. De eerste twee rondjes is er nog hoop dat zijn baasje op het toilet zit. Bij de derde ronde vinden mensen niet alleen iets van de koffer, maar komen er ook speculaties. Verkeerde vlucht? Baasje niet ingestapt vanwege vliegangst? Een enkeling krijgt doemgedachten: zit er een niet ontplofte bom in? Of gewoon: ik sta hier nu een kwartier en zie wéér die klotekoffer voorbijkomen!
Het percentage hoopvolle passagiers kabbelt in zo'n half uur tijd terug naar nul, als het goed is. Soms niet. Dan kunnen luchtvaartmaatschappij, Schiphol en Max Vakantieman zich opmaken voor een vlammende mail.
Het meest tragische is een spoor bordeauxrode vloeistof op de band. In een weekendtas is de vliegreis een fles lokale rode wijn te veel geworden. De stakker die dat overkomt, kan zich nergens beklagen. Met een sip hoofd vist hij zijn druipende bagage van de band, er niet over piekerend wie straks de bagageband moet schoonmaken. Hij zit immers met de scherven. En nog meer vuile was dan toen hij opsteeg. Voor hem was het een kouwe kermis, die bagagecarrousel.








